|
Aan het einde van een maartse zaterdagmiddag kleurt de lucht
ineens onheilspellend donker. Een enorme onweersklap zet boven de
A2 een sneeuwstorm in gang die zijn weerga niet kent. De auto's
voor mij vormen een kerstboom van remlichten en de snelheid daalt
tot 50 km/u. Ik krijg een brede grijns op mijn gezicht, zet het
middelste pookje in "4H", ga naar de linker rijstrook en trap het
gas nog eens wat dieper in. Vrolijk zingend met de radio ga ik de
file voorbij. De stakkers. Maar ja, niet iedereen rijdt een
Mitsubishi Pinin, Mitsubishi's nieuwe kleine terreinauto op basis
van de grote Pajero.
Pininfarina
Om aan de vraag naar handzame terreinauto's te voldoen vroeg
Mitsubishi niemand minder dan Ferrari-ontwerper Pininfarina de
Pajero onder handen te nemen en aan te passen aan de Europese
smaak. Het is wel even schrikken als een ontwerper die vooral
bekend is met lage gestroomlijnde sportwagens een auto moet
ontwerpen waarbij zaken als bodemvrijheid en uitloophoeken van
belang zijn.
Die zorgen zijn onterecht, geen van de terreinrijkwaliteiten van
de originele Pajero zijn verloren gegaan. Sterker nog, een
afgeslankte auto laat zich vaak gemakkelijker door het terrein
leiden dan een grote. Deze kleine Pajero is lichter en zakt dus
minder snel weg, bovendien is het risico kleiner dat de auto op de
buik blijft hangen op korte hobbels. De Pajero Pinin heeft een
bodemvrijheid van 20 cm en in- en uitloophoeken van respectievelijk
35 en 42 graden. Direct onder de voorbumper is een grote
beschermplaat te vinden die door loopt tot de voorwielophanging.
Het laagste punt van de auto is de viscosekoppeling die zorgt voor
de verbinding tussen de voor- en achteras.
Normaalgesproken worden alleen de achterwielen aangedreven. Dat
is voldoende voor de meeste situaties en bespaart brandstof doordat
geen overbodige onderdelen worden aangedreven. Bij zeer zware
regenval of gladheid kan, al rijdende, vierwielaandrijving worden
ingeschakeld. De viscosekoppeling zorgt er dan voor dat de kracht
zo wordt verdeeld dat de voor- en achterwielen even snel draaien en
de grip daarom maximaal blijft. Afhankelijk van de situatie
betekent dat dat de meeste kracht nog steeds naar de achterwielen
gaat, of naar behoefte wordt verdeeld over beide assen.
In zwaar terrein kan de tussenkoppeling worden uitgeschakeld.
Voor extreme omstandigheden is een lage overbrenging beschikbaar
waarin de versnellingsbakverhoudingen worden aangepast en bijna
dubbel zoveel kracht beschikbaar is als normaal. Dergelijke
techniek verklaart waarom deze compacte terreinauto toch een weinig
bescheiden prijskaartje draagt. Zoals verwacht komt de Pinin
moeiteloos door een aantal (bescheiden) tests op onverhard terrein.
Enige minpuntje is dat het profiel van de banden opvallend snel vol
zit met modder waardoor de grip al snel vermindert. De bandenkeuze
lijkt echter bewust te zijn gemaakt, want op de snelweg is de Pinin
één van de fijnst rijdende terreinauto's van dit moment.
GDI = Geen Diesel indoen
Het goede gedrag op de snelweg is te verklaren door de genoemde
bandenkeuze, een heerlijk gebalanceerd onderstel en een prima
motor. Alhoewel diesel meer gebruikelijk is onder terreinauto's,
koos Mitsubishi bewust voor een GDI krachtbron om te bewijzen dat
deze revolutionaire vinding tot meer in staat is dan het economisch
verantwoord aandrijven van de weinig zinnenprikkelende Carisma. Een
GDI motor maakt gebruik van de techniek van een dieselmotor, maar
loopt op benzine. Op die manier combineert GDI het lage
brandstofverbruik van diesel, met de prestaties van een benzinemotor.
Voor de Pinin betekent dat dat de auto zeer gewillig op de
snelweg is en tegelijkertijd voldoende trekkracht heeft voor het
terrein. In cijfers uitgedrukt: 122 pk, 174 Nm en een sprint van 0
naar 100 km/u in 10,2 seconde.
Na een proefrit van ongeveer 500 km kwam de boordcomputer tot
een gemiddeld verbruik van 8,6 liter brandstof per 100 km. Absoluut
gezien een stevig verbruik, maar rekening houdende met het gewicht
van de auto, de stroomlijn en het veelvuldige gebruik van de
vierwielaandrijving een heel nette waarde. Bovendien weet
Mitsubishi te vertellen dat een GDI motor de eerste 7500 km van
zijn leven de weg- en weersomstandigheden van zijn leefgebied leert
kennen om uiteindelijk nog zuiniger te gaan rijden.
|
Tot 100 km/u is de GDI rustig. Daarboven is de motor beter te
horen zonder echt storend te worden. De Pinin leent zich daarom
goed voor lange ritten op hoge snelheid, alhoewel een terreinauto
nooit het comfort van een personenauto benadert. Daarentegen
benadert een personenauto nooit de hoge zit waardoor de
Pinin-bestuurder ontspannen over het verkeer heen kan kijken.
In bochten hangt de Pinin minder over dan andere terreinauto's. Alleen
aan het onrustige gedrag op hobbels van deze korte hoge auto kon
Mitsubishi niets verbeteren.
Interieur
Bij aanvang van de proefrit toonde de Pinin zich meteen van
één van zijn sterkste kanten: extra veiligheid onder
extreme weersomstandigheden. Andere redenen om een terreinauto als
deze te kopen zijn het trekken van een aanhanger en uiteraard het
bedwingen van ruig terrein. Het goede gedrag op de snelweg betekent
allerminst dat de Pinin een luxeauto met terreinaspiraties is, het
bewijst vooral dat Mitsubishi voortreffelijk werk levert om beide
goed te combineren.
Ook binnenin de auto is een goed compromis gevonden tussen luxe
en functionaliteit. Zo is de auto van alle gemakken voorzien voor
een leven in de stad. Elektrisch bedienbare zijruiten en spiegels,
airconditioning, een radio-cd speler, boordcomputer en centrale
portiervergrendeling zijn allemaal standaard. Helaas heeft de
centrale portiervergrendeling geen afstandsbediening en zijn zowel
de gordels als het stuurwiel niet in hoogte verstelbaar.
Voor langere bestuurders dekt de bovenrand van het stuurwiel een deel
van de snelheidsmeter af. De enige oplossing is te onthouden hoe
hard de auto rijdt bij welk toerental en verder op de toerenteller
te blijven letten.
Stoelen en banken
De stoelen bieden voldoende steun en zitten ook na een lange rit
nog prettig. Het dashboard is opgetrokken uit stevig kunststof en
voorzien van legio handgrepen zodat de passagier ook in het terrein
alle grappen van de bestuurder zonder kleerscheuren overleeft.
Wie achterin zit heeft het minder getroffen. De instap naar de
achterbank is krap waarna de inzittenden zijn aangewezen op de
inschikkelijkheid van de bestuurder en bijrijder. Achter de grote
achterdeur is een kofferruimte te vinden die niet meer doet dan
dat: ruimte bieden aan één koffer. De achterbank is
in twee delen neerklapbaar waarna een ruime en vooral hoge
bagageruimte ontstaat. Leuk detail is dat de rugleuning van de
achterbank in zes standen is te verstellen om zo meer bagageruimte
of meer zitruimte te creëren.
Conclusie
Mitsubishi had een goed plan en voerde dat perfect uit.
Meesterontwerper Pininfarina slankte de Pajero af van een massieve
krachtpatser tot een gespierde atleet. Het resultaat is een
begeerlijke terreinauto die zich prima thuisvoelt op de snelweg. De
GDI motor draagt daar voor een belangrijk deel aan bij. De auto is
nu niet alleen in aanschaf beduidend goedkoper, maar ook in
dagelijks gebruik.
Bij dit alles is niet op terreinkwaliteiten ingeleverd. De
techniek van de auto is en blijft die van een eerste klas
terreinwagen. Misschien oogt de kleine Pajero ten opzichte van z'n
grotere broers als speelgoed, maar het is serieus speelgoed (Ivo Kroone).
|