|
Één ding is wel aan het karakter van de Elise
veranderd: het uiterlijk. Terwijl de vorige Elise een bescheiden
uitstraling had, oogt de nieuwe auto ronduit agressief. De scherpe
lijnen, fel kijkende koplampen en hoog oplopende achterkant laten
er geen twijfel over bestaan dat dit een sportwagen van de eerste
orde is. Bij ieder element van het ontwerp stond gewichtsbesparing
centraal. Het credo van Lotus oprichter Colin Chapman luidt
namelijk: "light is right".
Gewichtsbesparing
Het is dan ook extra
bewonderenswaardig dat de vormgevers er als ware minimalisten in
zijn geslaagd een oogstrelend fraai interieur te maken met zo
weinig materiaal. Alhoewel de auto strikt genomen niet eens een
dashboard heeft, is het interieur keurig verzorgd. Zo is een deel
van het plaatwerk bekleed met zachte kunststof panelen waarvan de
kleuren weer terugkomen in de bekleding van de stoelen.
Achter het stuurwiel zijn alleen de hoogst noodzakelijke klokken
te vinden. Zaken als de brandstofmeter en motortemperatuur worden
digitaal weergegeven om gewicht te besparen. De enige extra is een
lampje bij de toerenteller dat bij warme motor het optimale
schakelmoment aangeeft.
Instappen in de Lotus Elise II is iets
makkelijker geworden dan bij het vorige exemplaar. Alhoewel het nog
steeds handiger is eerst in de auto te gaan staan en dan met de
handen boven de voorruit in de stoel te zakken, is het nu ook
mogelijk "normaal" in te stappen.
Om gewicht te besparen is alleen
de bestuurdersstoel verstelbaar en voorzien van een opblaasbare
lendensteun. De stoelen kleuren goed bij het interieur, geven veel
steun en zijn zo hard dat de bestuurder zich ervan kan verzekeren
ieder signaal van het onderstel luid en duidelijk op te vangen.
Wegligging
Bij een sportwagen als de Lotus Elise staat communicatie voorop,
zodat de bestuurder het optimale uit de auto kan halen. Dat blijkt
niet alleen uit het "comfort" van de stoelen, maar ook uit het
spijkerharde onderstel. Tijdens de eerste kilometers ontstaat zelfs
enige twijfel of de auto wel vering heeft, maar hoe langer de
testrit duurt hoe meer de bestuurder het onderstel gaat waarderen.
De besturing is zeer direct en als vanouds niet bekrachtigd, zodat
de chauffeur de auto wederom perfect kan aanvoelen en goed kan
inschatten waartoe de auto in staat is. En dat is veel.
De wegligging en wendbaarheid van de vorige Elise waren al
subliem, de nieuwe Elise laat zich nog beter aanvoelen en de
grenzen liggen nog verder weg. Bovendien laat Lotus weten dat de
nieuwe Elise minder staartlastig is bij regen. Door de brede
zijpanelen in het interieur voelt de auto wel breder en groter dan
de voorganger.
ABS, tractiecontrole of (en dat is in deze context
bijna vloeken in de kerk) stabiliteitscontrole verminderen het
rijplezier voor de echte Lotus-rijder alleen maar en zijn dus
achterwege gelaten. Bovendien maken dergelijke spelbrekers de auto
alleen maar zwaarder en daarmee minder snel.
|
Straaljager
Dankzij alle gewichtsbesparing brengt de Elise II even ruim 700
kg op de schaal. Daarom volstaat dezelfde relatief lichte motor als
ook in de vorige Elise was te vinden: een 1.8-liter viercilinder
van Rover. Uiteraard heeft Lotus de krachtbron wel aan de eigen
eisen aangepast, waarna uiteindelijk 122 paardekrachten op de
achterwielen worden losgelaten. Dat lijkt misschien een bescheiden
aantal, maar wie Lotus een beetje kent weet dat de auto daarmee tot
zeer spectaculaire dingen in staat is.
Al bij gewoon rijden heeft de bestuurder continu het gevoel dat
in de rug een raketmotor klaar staat om de auto op ieder gewenst
moment af te vuren. Ook bij lage toeren is de gewilligheid van de
motor enorm en is duidelijk dat dit een volbloed sportwagen is met
een onstilbare honger naar snelheid. Die honger moet gestild
worden. De sprint van 0 naar 100 km/u kost volgens Lotus 5,7
seconden en is zo spectaculair dat alleen een straaljagerpiloot
zich meer zou kunnen wensen.
Als het om motorgeluid gaat zal zelfs de straaljagerpiloot geen
wensen hebben. Zodra de Elise toeren mag maken, doemt een rauw
geluid van achter de voorstoelen op dat direct een circuit-ambiance
geeft. Dan is de Elise een adrenalinepomp op wielen. Met open dak
is de rijwind goed hoorbaar en dat maakt samen met de zeer lage zit
de sensatie compleet.
Daarbij komt dat de close-ratio
versnellingsbak perfect aansluit bij het motorgedrag en de
inzittenden worden afgeschoten alsware het een katapult. Dan lijkt
de Elise niet zozeer sneller dan het overige verkeer, het lijkt wel
alsof met de Elise tussen een snelweg vol voetgangers door moet
worden gemanoeuvreerd!
Gelukkig hoort bij al dat vermogen een formidabele set
ho-houders. Zoals het hoort bij een pure sportwagen als deze, zijn
die remmen niet bekrachtigd. Wie dat niet gewend is denkt bij de
eerste kennismaking dat de remmen defect zijn, maar na even
aanvoelen zal menig autoliefhebber nooit meer anders willen. Juist
door het onderbreken van assistentie is de communicatielijn 100%
zuiver. De stopkracht is indrukwekkend en perfect te doseren. Dan
wordt remmen geen snelheid verminderen maar het stilzetten van de
auto op de gewenste plek. De remmen geven een groot vertrouwen in
de auto, zodat iedere rit uitnodigt tot meer.
Conclusie
Lotus heeft een groot risico genomen door een prima verkopende
en presterende sportwagen radicaal onder handen te nemen. Gelukkig
is ook de tweede generatie van de Lotus Elise een sportwagen in
zijn puurste vorm. Als het om zuiver en ongecompliceerd rijplezier
gaat, is Lotus er in geslaagd de perfectie te perfectioneren.
Het uiterlijk past nu beter bij de prestaties, de auto is een fractie
functioneler geworden, de afwerking beduidend beter en het concept
beantwoordt nog beter aan de wensen van de Lotus-koper. De Lotus
Elise II geeft nog steeds een onovertroffen gevoel van
wendbaarheid, lenigheid en snelheid en geeft daarmee alle andere
sportwagens letterlijk en figuurlijk het nakijken.
|