7 januari 2019
Feedback
Opel-museum

Opel-museum

Een lot uit de loterij

Automuseum | Adam Opel begon zijn carrière als producent van naaimachines. Later kwamen daar fietsen en motorfietsen bij. De echte doorbraak kwam echter in 1899 toen Opel zijn fabriekjes van de hand deed, de loterij won en al dat geld gebruikte om auto's te gaan bouwen. Wat er sinds die tijd precies is gebeurd, is te zien in het Opel-museum in Rüsselsheim, Duitsland.

De locatie Rüsselsheim is niet toevallig gekozen. Toen Adam Opel in 1862 zijn eerste bedrijf oprichtte, was dat gevestigd in Rüsselsheim en die plaats heeft Opel nooit meer verlaten. In Rüsselsheim staat nog altijd het wereldwijde hoofdkantoor van Opel. En alhoewel Opel inmiddels fabrieken door heel Europa heeft, staat ook de belangrijkste Opel-fabriek nog steeds in Rüsselsheim.

Opel fietsen en naaimachines

Eén van de oude fabriekshallen is omgetoverd tot museum. Daar is te zien hoe Adam Opel zijn imperium vanaf het prille begin heeft opgebouwd. Zelfs de eerste naaimachines, fietsen en motorfietsen zijn hier te zien.

Samenwerking

Zoals in de introductie werd aangegeven, maakte Opel echt een sprong vooruit nadat de familie de loterij won. De eerste stap op weg naar de productie van auto's was een samenwerking met koetsbouwer Lutzmann (in die tijd kwamen de techniek en de koets er omheen nog van twee verschillende leveranciers). De samenwerking was echter van korte duur, want volgens Opel waren de koetsen van te lage kwaliteit. Toch werden er 65 exemplaren van de "Opel Patent Motor Car, System Lutzmann" (1899, 1 cilinder, 4 pk) gebouwd, waarvan er een te zien is in het museum (groene auto op de foto, rechts).

Patent Motor Car, System Lutzmann, 1899

In 1902 volgde een samenwerking met Darracq (goudkleurige auto, links) en die samenwerking was wel een langer leven beschoren.

Opel ging in 1929 een samenwerking aan met het Amerikaanse General Motors ("GM"). Het zou de langste samenwerking in het bestaan van het merk zijn, waar pas in 2017 in einde aan is gekomen. De samenwerking betekende ook een nieuwe koers voor Opel. De nadruk kwam te liggen op het bereikbaar maken van hoogwaardige techniek voor het gewone volk. Een echte mijlpaal was de Opel Olympia (1935). De Olympia was één van de eerste auto's met een zelfdragend chassis en kreukelzones. Het grootste succesnummer van Opel volgde in 1936: de Kadett (nu bekend als Astra). Vanaf dat jaar was Opel de grootste autoproducent van Europa.

Opel Olympia

Hoogte- en dieptepunten

De Tweede Wereldoorlog was ook voor Opel een dieptepunt in het bestaan. De fabriek werd vernietigd en pas na de oorlog zou de productie hervat worden. In 1950 was de fabriek in Rüsselsheim geheel herbouwd en werden de bestaande modellen opnieuw in productie genomen. In 1957 volgde de nieuwe Olympia Rekord (later "Rekord") en weer een jaar later introduceerde Opel de nieuwe Kapitän. Een nieuwe generatie van de Kadett liet nog veel langer op zich wachten; pas in 1962 zag de "Kadett A" het levenslicht.

Vanaf dat moment volgden de modellen elkaar snel op. Bovendien had het bedrijf weer de energie om speciale projecten te ontwikkelen, zoals de hier getoonde sportieve modellen. De zwarte Rekord C links op de foto staat bekend als "Schwarze Witwe", ofwel zwarte weduwe, dankzij een vermogen van 170 pk en een topsnelheid van meer dan 200 km/u. Destijds indrukwekkende cijfers.

Opel Rekord C

Iconen uit de jaren '80 en '90 zijn de Opel Manta B (tot 1988), de Kadett GSi uit 1991 (het hier getoonde exemplaar behoorde toe aan Helmut Schmidt, Duits bondskanselier van 1974 tot 1982) met daarnaast de laatste Opel Calibra (1997).

Opel Manta, Kadett, Calibra

Autosport

Opel heeft altijd affiniteit gehad met de autosport, dit diende als leerschool en reclamemiddel. Daarbij experimenteerden de technici met bijzondere aandrijvingen, zoals de sportwagen met raketmotor ("rak2") op de panoramafoto. In 1929 behaalde de rak2 een snelheid van 238 km/u, waarna de auto ontplofte. Het exemplaar in het museum is logischerwijs een replica.

Aanvankelijk gaf moederbedrijf GM geen toestemming voor deelname aan autosport en daarom zit er een groot gat in de geschiedenis van Opel als het gaat om sportwagens. Achter de schermen bleven enthousiaste technici echter snelle auto's ontwikkelen. En waren het geen auto's, dan waren het wel motorfietsen voor bijvoorbeeld het baanwielrennen. Van die motorfietsen is de gele kleur afkomstig die tot de dag van vandaag kenmerkend is voor Opel Sport.

Opel sportwagens

Toen GM uiteindelijk toch toestemming gaf tot deelname aan de autosport, stortte Opel zich vol in het avontuur. Het resultaat is een hal vol sportwagens in alle denkbare klassen; van toerwagens op basis van bestaande modellen tot ronduit innovatieve raceauto's uit de hoogste klassen. Om de bezoeker het echte racegevoel te geven, zitten het vuil en de schrammen van de laatste race vaak nog op de getoonde auto's.

Conceptcars

Het Opel-museum bestaat uit een grote ruimte die in compartimenten is opgedeeld met schotten. Maar... in feite is de collectie veel groter! In de kelder van het museum worden namelijk alle conceptcars opgeslagen die in de loop der jaren zijn getoond op de diverse autoshows. In de regel is deze kelder niet toegankelijk voor het publiek, al was het maar vanwege de slechte toegang (een wankele ladder door een "luik" in de vloer, matige verlichting en een laag dak), maar na herhaaldelijk aandringen kreeg de Autozine-redacteur ook hier een korte rondleiding.

Opel Twin Concept

Het is een vreemde gewaarwording om de conceptcars te zien die slechts één keer op een autoshow in de schijnwerpers hebben gestaan en vervolgens de rest van hun bestaan in een donkere ruimte doorbrengen. Het zijn vervolgens de productieauto's die van deze concepts zijn afgeleid die met de eer strijken.

En juist dat laatste maakt de collectie conceptcars zo interessant: hier is te zien hoe Opel tot de nu bekende modellen is gekomen. Sommige van de concepts zijn vrijwel ongewijzigd in productie genomen. Van andere studiemodellen zijn alleen de techniek of onderdelen (neus, dashboard, etc.) realiteit geworden.

Opel Concept Cars

Conclusie

Het Opel-museum bij het hoofdkantoor van Opel in het Duitse Rüsselsheim is als een lot uit de loterij. Hier staat de bezoeker oog-in-oog met bijzondere modellen en unieke conceptcars die nooit in het openbaar te zien zijn en dat voelt als een waar voorrecht. Het is ook de plek waar blijkt dat Opel waarschijnlijk niet zou bestaan als oprichter Adam Opel de loterij niet had gewonnen. Opel heeft altijd als doel gehad om geavanceerde techniek bereikbaar te maken voor een groot publiek. Zonder het geld van de loterij had Adam Opel niet de financiële middelen gehad om een autofabriek op te richten en zou de autoindustrie er nu anders uit hebben gezien.

Let op: het Opel-museum is gevestigd op het fabrieksterrein van Opel. Toegang is alleen mogelijk in combinatie met een door Opel georganiseerde rondleiding door de fabriek. Hiervoor biedt Opel regelmatig groeps-arrangementen aan, raadpleeg de website van Opel Duitsland voor data.