|
Japanse autofabrikanten hebben een enorm scala aan auto's waar
kopers buiten Japan geen weet van hebben. Slechts een enkele keer
duiken die auto's op in folders of op shows en zo vangt het
Europese publiek er nog een glimp van op. In Japan is een wetgeving
van kracht waardoor een auto alleen gekocht mag worden als de
eigenaar over een gereserveerde parkeerplaats thuis en op het werk
beschikt. Zonder deze parkeerplaatsen krijgt de Japanse autokoper
geen vergunning om een auto te kopen.
Als de auto echter niet
langer is dan 3 meter 30, niet breder dan 1 meter 40 en een motor
heeft van niet meer dan 660 cc is het een "K-klasse" auto die mag
worden gekocht zonder vergunning. Daarom wordt het Japanse
straatbeeld gedomineerd door zulke supercompacte auto's (in
Nederlandse ogen: absurd klein) en hebben de auto's buiten Japan
nauwelijks bestaansrecht.
Origami
De vleugeldeuren zijn het meest in het oog springende kenmerk
van de Cara. Met een hoogte van 1 meter 15 behoort de Cara tot de
15 aller laagste auto's die ooit zijn geproduceerd. Als cabrio's
voor het gemak niet worden meegerekend behoort de Cara zelfs tot de
laagste vijf! Denk dus vooral niet dat de Cara een grote auto is.
Met de vleugeldeuren open, verdubbelt deze dwerg ineens in hoogte!
Behalve leuk en opvallend zijn vleugeldeuren ook praktisch, want op
een krappe parkeerplaats maken ze de auto niet breder bij het
openen en kunnen de inzittenden op bijzonder krappe plekken
uitstappen zonder andere auto's te beschadigen. In de deuren is een
piepklein raampje te vinden dat met één slag van de
raamslinger omlaag is en dan net genoeg ruimte biedt om een hand
doorheen te steken.
De Cara kent een listige instap met gebruiksaanwijzing, waarna
de inzittenden zich over een hoge drempel in diepe harde
kuipstoeltjes laten zakken. Bestuurder en bijrijder bevinden zich
dan in een interieur dat ogenblikkelijk aantoont waarom de Cara
nooit naar Europa is geëxporteerd. Deze auto was bovendien
niet bedoeld voor de gemiddelde Japanner, maar voor de Japanse
jeugd. Wie dacht dat een auto voor een Japanner krap is, heeft nog
nooit ervaren hoe minimaal een auto voor een Japanner van 18 tot 20
jaar is! De ervaring is het best te vergelijken met wonen in een poppenhuis.
Alhoewel het interieur ongekend krap is, ontbreekt een gevoel
van claustrofobie. Dat komt omdat de voorruit een breed panorama
vormt en de zijruiten doorlopen tot in het dak. Om dit broeikasje
koel te houden is airconditioning één van de weinige
luxe voorzieningen aan boord. De unit van de airconditioning is
echter ondergebracht in de beenruimte van de passagier. Is de
bijrijder eenmaal met enige acrobatiek in de Cara geklommen, kan
alleen het linkerbeen worden gestrekt. Het rechter moet worden
opgetrokken om de airconditioning te ontzien.
De bestuurder heeft nóg meer obstakels. Na behendig
klimwerk zit ondergetekende met de kleine versnellingspook in de
knieholte en de benen opgevouwen om het stuurwiel. Dit is overigens
alleen mogelijk omdat direct na de import de rails van de stoel
zijn aangepast. Zonder die aanpassing zou de Cara nog krapper zijn.
Houdini zou dit een prachtige auto vinden! Omdat de Cara een echte
Japanse auto is, zit het stuurwiel rechts. Kunstig opgevouwen als
een Japans origami-pakketje en aan "de verkeerde kant" kan het
avontuur beginnen.
Pretmachine
De motor is dezelfde als die van de Suzuki Cappuccino. Dat
betekent dat een 658 cc metende 3-cilinder pretmachine met turbo
die garant staat voor zeer spannende prestaties. De krachtbron ligt
echter niet in het vooronder, maar zoals bij een echte sportwagen
in het midden van de auto. Een blik onder de motorklep bevestigt
dat, want tussen de achterwielen is de motorruimte bijna leeg omdat
alles zo veel mogelijk tegen de rugleuning van de stoelen is geplaatst.
Juist omdat de motor zo dicht op de stoelen staat, is
niet alleen het geluid maar ook iedere vibratie van de motor
voelbaar. Wanneer de eenmaal warme motor toeren mag maken, doet de
turbo mee en die laat goed van zich horen. Het is alsof een klein
Japans schoothondje meezingt, -blaft, -blaast en briest terwijl de
kleine coupé met enorme snelheden over de weg dendert.
|
Wie niet van de stoel is gevallen bij het zien van deze bizarre
auto, doet dat wel bij het zien hoe deze mini raket wegspuit bij
het verkeerslicht en zich daarna vastbijt in iedere bocht. Als de
bestuurder even met de ogen knippert, staat de begrensde top van
140 km/u op de snelheidsmeter. De close-ratio versnellingsbak laat
zich met een korte metalen pook en een zekere dosis geweld door de
versnellingen "rammen". Na iedere klap van de versnellingspook
volgt een huil van de turbo en een duw in de rug als het
koppelingspedaal wordt losgetalen.
De Suzuki Cara is een pure sportwagen dus gewichtsverhogende en
pretverstorende elementen als stuurbekrachtiging, ABS, airbags,
tractiecontrole of zelfs maar een dashboardkastje zijn wijselijk
weggelaten. Het resultaat is een licht gewicht dat dankzij de
middenmotor bovendien perfect over de voor- en achteras is
verdeeld. Dat is merkbaar in de bocht waar de auto een neutraal
gedrag vertoont. De grens is ondanks de 13 cm smalle bandjes heel
ver weg, zeg maar rustig angstig ver weg.
Helaas is de vering wat
zacht voor een sportwagen, waardoor het gevoel van zekerheid op
hoge snelheid te wensen over laat. Gedurende de rit krijgen de
inzittenden bijna medelijden met de toeschouwers die deze rariteit
op wielen maar heel even mogen aanschouwen. Of zouden het juist de
buitenstaanders zijn die bijna lachend toekijken hoe de inzittenden
schouder-aan-schouder als haringen in een ton in deze katapult op
pocket formaat zitten?
Geschiedenis
Waarom de Suzuki Cara nooit buiten Japan te koop is geweest, is
voor iedere Europeaan zelfs zonder een proefrit direct duidelijk.
Maar de auto werd zelfs geen succes op de Japanse thuismarkt.
Waarom? Het verhaal begint bij Mazda, die de auto onder de naam AZ1
vanaf oktober 1992 produceerde. Het merk wilde meer diversiteit in
het modellengamma brengen en met deze extreme auto zou dat wel
lukken. Helaas kostte de kleine AZ1 destijds het lieve sommetje van
1.498 miljoen Yen. Dat is duurder dan een meer gangbare (of moet
dat zijn minder bizarre?) Suzuki Cappuccino, die overigens ook al
zeer stevig aan de prijs was.
De productie van de AZ1 werd verzorgd door Suzuki en vanaf
januari 1993 bracht dat merk de auto ook onder eigen naam op de
markt. Wie rustig rondkijkt in en om dit ene exemplaar dat Japan is
ontglipt, ziet dat de auto een mengelmoes is van bestaande Mazda
(voornamelijk MX5) en Suzuki onderdelen. De AZ1 en Cara werden
helaas net in een tijd van economische teruggang
geïntroduceerd en de beoogde gefortuneerde Japanse jeugd kon
de auto simpelweg niet meer betalen. De productie stopte
uiteindelijk na 3.867 AZ1's en 533 Cara's (sommige bronnen spreken
van 537 exemplaren).
Conclusie
De Suzuki Cara is waarschijnlijk één van de meest
unieke sportwagens die ooit is gebouwd. Dankzij een samenwerking
tussen Mazda en Suzuki hebben de fabrikanten een volwaardige
tweezits sportwagen met middenmotor en vleugeldeuren gebouwd die in
Japan binnen de "K-klasse" valt. Omdat er zo weinig exemplaren zijn
geproduceerd, is de auto exclusiever dan menig peperduur Italiaans
of Engels raspaard.
Daarbij maken de (altijd positieve) aandacht
van de andere weggebruikers, de rijeigenschappen en de geringe
omvang deze vreemde vogel tot een absoluut feestnummer. Voor wie
het nog had gemist: er is slechts één exemplaar
buiten Japan en die is niet te koop! (Ivo Kroone).
|