|
Dé aantrekkingskracht van de Mini uit de jaren '70 en de
nieuwe MINI van nu (let op het verschil in schrijfwijze) is een
unieke combinatie van rijplezier en uitstraling. Een Mini is
extravagant, trendy en tegelijkertijd bescheiden en klassenloos. De
rijeigenschappen zijn levendig, uitdagend en speels, maar de auto
laat zich ook rustig rijden en is dan even comfortabel als een
alledaagse auto.
Het zijn tegenstellingen waar menig andere fabrikant de handen
niet aan zou branden, maar Mini weet ze als geen ander te
combineren. Ook het nieuwe model is minstens zo'n pretnummer als de
vorige generatie. Toch is de auto onderhuids compleet herzien. Zo
is de nieuwe MINI zes centimeter langer dan de voorganger. Die
ruimte komt niet terug in het interieur of de wielbasis, maar was
nodig om plek te maken voor de nieuwe motor.
Turbo!
Op het moment van schrijven is de nieuwe generatie MINI alleen
verkrijgbaar als "Cooper S", de snelste uitvoering. Die werd
voorheen aangedreven door een 1.6 liter viercilinder motor met
compressor (163 pk). De nieuwe krachtbron heeft dezelfde inhoud,
maar laat zich assisteren door een turbo en komt daarmee tot 175
pk. Het verschil in vermogen is goed merkbaar, want de nieuwkomer
bijt nog beter door. Bovendien heeft de MINI een groot pluspunt
boven andere snelle auto's: de MINI is niet alleen snel, maar voelt
ook snel en dat is minstens zo belangrijk.
Dankzij de "twin scroll"-techniek kent de motor geen
turbogat en is over het gehele toerenbereik aangenaam veel vermogen
voor handen. Daarmee kan de Cooper S vliegensvlug accelereren, maar
ook schakellui cruisen. Op de koop toe is de nieuwe MINI ook nog
eens merkbaar stiller dan de vorige generatie. Wel ontbreekt het
deze sportieveling aan een inspirerend motorgeluid.
Gewogen en te licht bevonden
De krachtbron wordt standaard gekoppeld aan een zes
versnellingsbak die te licht schakelt. De weerstand die moet
voorkomen dat de achteruit per ongeluk wordt ingelegd is te gering,
met alle gevolgen van dien. Ook in het hevigst van de strijd rap
terugschakelen van drie naar twee is hierdoor lastig.
De rembekrachtiging is eveneens te prominent aanwezig, waardoor
de schijven rondom lastig zijn aan te voelen. Op volle snelheid
bijremmen voor een bocht, wordt in het enthousiasme onbedoeld een
noodstop met vier blokkerende wielen. Uiteraard grijpt het ABS dan
in om onveilige situaties te voorkomen, maar in een uitdagend
scheurijzer als dit is het juist niet prettig als alles vederlicht
is te bedienen.
Dat geldt ook voor de besturing, alhoewel het gevoel hier wel
degelijk is behouden. Zoals het hoort is de besturing zeer direct
en zijn weinig stuuromwentelingen nodig om een scherpe bocht te
maken. Geheel volgens traditie zijn de wielen op de uiterste hoeken
geplaatst, wat samen met het nieuwe onderstel voor een subliem
weggedrag zorgt.
|
Wanneer het uiterste wordt gevraagd, is het weggedrag
voorspelbaar en neutraal. Het motorvermogen van deze Cooper S is
voldoende om spectaculaire glijpartijen te forceren die dankzij het
communicatieve onderstel (en het standaard ESP) even eenvoudig zijn
te corrigeren.
In vergelijking met de vorige generatie MINI is de nieuwe
variant merkbaar comfortabeler. Zoiets gaat normaalgesproken ten
koste van het rijplezier, maar ook de nieuwe MINI heeft een
uitdagend en welhaast verslavend karakter.
Binnen
Niet alleen de rijkwaliteiten maken de MINI tot een pretauto,
ook het interieur is op z'n zachtst gezegd feestelijk. Het is nog
steeds gebaseerd op de Mini uit de jaren '70, maar is aangepast aan
de hedendaagse eisen. Het interieur voelt degelijk en solide, zoals
dat hoort bij een product van BMW. Toch werd de testauto geplaagd
door vocht in de breedstralers en is de nieuwe koplampconstructie
teer en roestgevoelig. De voorruit staat nog altijd nadrukkelijk
rechtop. Dat zorgt voor het kenmerkende uiterlijk, maar maakt het
raam erg gevoelig voor steenslag.
De moderne MINI biedt voorin volop ruimte zodat ook "maxi"
bestuurders riant zitten. De sportstoelen zijn aangenaam stevig en
ondersteunen het lichaam goed. De plaatsing van stoel en stuurwiel
nodigt uit tot een actieve zithouding. De ruimte achterin is gering
en alleen bruikbaar voor kleine kinderen danwel kleine ritjes.
Ten opzichte van de vorige MINI is het dashboard iets minder
onlogisch, maar nog steeds dient de oer-Mini als inspiratiebron.
Centraal onder de voorruit is een enorme snelheidsmeter geplaatst
waarbij de gemiddelde stationsklok in het niet valt. Het ding is
groter dan ooit tevoren en herbergt nu ook de brandstofmeter en een
display voor het audiosysteem en de boordcomputer.
Als nostalgisch tintje zijn de meeste knoppen uitgevoerd als
tuimelschakelaars. Die zijn tegenwoordig ook boven de voorruit te
vinden, waar ze niet alleen het binnenlicht bedienen maar ook de
kleur ervan. Dat is nergens goed voor, maar het is wel heel leuk.
Juist dat is kenmerkend voor de MINI: het is niet de beste of meest
verstandige auto, maar wel één van de leukste.
Conclusie
Mini heeft een knap staaltje werk geleverd met de nieuwe MINI.
Geheel terecht is het uiterlijk slechts op details aangepast.
Dankzij ingrijpende onderhuidse aanpassingen is de auto
comfortabeler en volwassener geworden zonder het speelse en rebelse
karakter kwijt te raken. Het lichte schakelen, remmen en sturen zal
echter niet door iedereen als vooruitgang worden ervaren. De
verbeterde wegligging en sterkere motor zijn juist wel grote
verbeteringen.
Is het tijd om de huidige MINI in te ruilen? Wie veel kilometers
maakt, zal de riantere uitrusting en het comfortabeler onderstel
zeker op prijs stellen. Wie nog geen MINI heeft, heeft nu des te
meer reden om een proefrit te maken. De nieuwe MINI is meer dan
ooit een realistisch alternatief voor een alledaagse middenklasser,
terwijl het pretgehalte nu nog hoger ligt.
|