|
Het is alsof de fotocamera en de auto op slag verliefd op elkaar
werden, zo fotogeniek is deze rood-witte Mini Cooper. Alhoewel de
creatieve oorsprong in het verleden ligt, straalt ook deze nieuwe
Mini een onovertroffen hoeveelheid stijl, flair en plezier uit.
Alles wijst er op dat de ontwerpers van de nieuwe Mini het niet
alleen als hun taak zagen een icoon uit het verleden opnieuw tot
een commercieel succes te maken.
De nieuwe Mini straalt passie voor auto's, liefde voor
vormgeving en bovenal eerbied voor het verleden uit. Het dak, de
wielen en de spiegels van de testauto zijn in wit uitgevoerd en dat
verraadt dat het hier om een Mini Cooper gaat. Mede dankzij de
kleurstelling geeft de auto het zorgeloze en pure gevoel dat films
uit de jaren '60 ook uitstralen. En ondanks het feit dat de nieuwe
Mini al enige tijd in Nederland te koop is, is de auto nog steeds
een regelrechte koppendraaier. Zeker deze rood-witte verschijning
kon tijdens de testperiode op veel aandacht rekenen en die was
louter positief.
Ergonomie
Het interieur van de Mini vraagt enige gewenning. Terwijl dit
bij andere auto's een minpunt op het gebied van ergonomie zou
betekenen, is de Mini ongebruikelijk van opzet om zo veel mogelijk
trouw te kunnen blijven aan het origineel. Zo zijn veel functies
ondergebracht in een grote rij tuimelschakelaars onderin de middenconsole.
Enkele andere functies die de oude Mini niet kende, zijn in de
vorm van kleine ronde knoppen bij de bediening van de verwarming te
vinden. In de hier gereden uitvoering is de nieuwe Mini voorzien
van airconditioning, voorruitverwarming, elektrisch bedienbare
zijruiten, centrale portiervergrendeling, elektrisch verstelbare
buitenspiegels en een (uitschakelbare) anti-slipregeling.
Echt vreemd is de instelling van de rugleuning van de stoelen.
Terwijl bij iedere andere auto een enkele hendel wordt gebruikt om
de rugleuning in te stellen én toegang te verlenen tot de
achterbank (waar de beenruimte zeer beperkt is), kent de Mini
hiervoor twee hendels. Wie dat niet weet zit minuten lang te
rommelen en denkt dat de stoelverstelling kapot is.
Centraal in het dashboard staat de grote snelheidsmeter van het
type stationsklok. Niet alleen alle inzittenden kunnen de snelheid
probleemloos aflezen, ook auto's op de andere rijstrook weten
precies hoe hard de Mini gaat. Om de bestuurder een echt
sportwagen-gevoel te geven, is achter het stuurwiel alleen een
grote toerenteller te vinden. Onderin die toerenteller is het
display van de boordcomputer ondergebracht. Deze toont de
buitentemperatuur, actieradius, gemiddelde snelheid en het
gemiddelde brandstofverbruik. Gegevens over het actuele verbruik
missen helaas, zodat de boordcomputer zich niet leent om zuiniger
te (leren) rijden.
Uiteindelijk is alle luxe die van een moderne auto in deze
prijsklasse mag worden verwacht op ergonomische, zij het zeer
onorthodoxe wijze, in het interieur ondergebracht. Tijdens de
eerste kilometers moet de bestuurder regelmatig zoeken naar
allerlei functies, maar uiteindelijk is de Mini anders zonder ooit
onhandig te zijn.
|
Enige echte minpunt vormen de vele bijgeluiden die deze Mini
Cooper kent. Het geluid van de aanjager is vooral in de eerste
stand ronduit zeurderig en storend, maar ook de
achterwielophanging, stuurbekrachtiging en benzinepomp zijn binnen
en buiten de auto duidelijk hoorbaar.
Cooper
De Mini Cooper biedt zoals vanouds een flinke hoeveelheid extra
motorvermogen ten opzichte van het basismodel. In dit geval biedt
de Cooper 115 pk bij 6000 toeren en een maximum koppel van 149 Nm.
Daarmee laat de Cooper zich sportief rijden, maar is het zeker geen
GTi. De Mini Cooper is snel en wanneer nodig zelfs beduidend
sneller dan het overige verkeer, echte krachtsexplosies blijven
echter uit.
Het leukste aan iedere Mini is en blijft daarom het weggedrag,
dat is zo levendig en precies dat alleen sportwagens met
middenmotor het weten te overtreffen. De besturing is zo direct dat
voor het wisselen van rijstrook bij wijze van spreken alleen het
denken aan de linker rijbaan genoeg is om van koers te veranderen.
Het is daarom vooral op bochtige weggetjes dat de Mini Cooper een
lach op het gezicht van iedere bestuurder weet te toveren.
Bij voluit accelereren is dan direct duidelijk dat dit een
voorwielaandrijver is. Wanneer het uiterste van de auto wordt
gevraagd, is duidelijk te voelen hoe de voorwielen naar grip
zoeken, de voorkant van de auto iets omhoog komt en de besturing
lichter wordt. Dat is allemaal niet gevaarlijk en maakt de auto
voor het gevoel alleen maar wilder en spannender.
De remmen van
deze Cooper zijn zo krachtig dat ze in geval van een noodstop in
staat zijn rimpels in het asfalt te maken. Wie de Cooper eenmaal
aanvoelt, zal uiteindelijk iedere route zo plannen dat het aantal
klaverbladen en kronkelende binnenweggetjes maximaal is. Op die
manier weet de Mini Cooper iedere rit tot een pure plezierrit te maken.
Conclusie
Wie een Mini koopt, koopt vooral een stuk imago. Wie deze auto
koopt, laat zich daarom niet leiden door een testverslag, maar door
gevoel. Dan telt hoogstens de vraag: wordt het een Mini One of een
Mini Cooper? Op die vraag bestaat gelukkig een duidelijk antwoord.
De Mini Cooper is ontegenzeglijk leuker aangekleed en sneller dan
het basismodel, de Mini One. Maar de Mini One geeft door het
materiaalgebruik en het uitlaatgeluid een nostalgischer gevoel,
terwijl de auto minder vermoeiend is dan de Cooper.
Voor beide auto's geldt dat de besturing en het weggedag iedere
kilometer tot een waar genoegen maken. Daarbij is de Mini One snel
genoeg en overtreft de Mini Cooper dat plezier voornamelijk door
het betere onderstel. Wie wel een Mini wil maar ook het verstand
laat spreken, kiest de Mini One. Wie een echt snelle Mini wil,
wacht nog heel even en kiest de Cooper S.
|