|
Op het programma staat onder andere een rit naar de Autosalon
van Parijs. Gezien het verkeer in de Franse hoofdstad, is een grote
auto hier niet handig. Gezien de staat van de gemiddelde Parijse
auto, is een dure auto ook geen aanrader. Dus werd gezocht naar een
compacte en betaalbare auto die desondanks voldoende comfort biedt
op een lange afstand. Met de aankondiging van de C2 in snelle VTS
uitvoering was die keuze snel gemaakt.
VTS
De C2 in VTS outfit is voornamelijk herkenbaar aan de rode
"VTS"-badges aan de zijkant. De in de lakkleur meegespoten
bumpers, subtiele achterspoiler en breedstralers staan 'm goed,
maar horen ook bij de uitrusting van bijvoorbeeld de minder snelle
VTR. Evenals de minder gespierde varianten is het uiterlijk
buitengewoon trendy met hoekige plaatdelen die op elkaar lijken te
zijn gelegd. Dat geeft de auto een uitstraling van dynamiek en snelheid.
Heel praktisch in dat ontwerp is de in twee delen te
openen achterklep. Door alleen de bovenste helft (inclusief
hoedenplank) te openen, is de bagageruimte gemakkelijker en sneller
toegankelijk dan bij de gemiddelde auto. Bij het dichtslaan valt
wel op dat deze half metalen half glazen achterklep iets minder
stevig is dan gemiddeld. De onderste helft van de klep is juist
zeer sterk en mag zelfs tot 100 kg dragen.
Alle bagage, inclusief een complete fotouitrusting, vindt
gemakkelijk een plekje achterin. Etenswaar en andere kleine spullen
kunnen probleemloos in het interieur worden opgeborgen. Het
dashboardkastje biedt veel ruimte en ook de deurbakken zijn
voldoende groot om daadwerkelijk te gebruiken voor landkaarten,
pakjes drinken en andere reisbenodigdheden.
Toch is het jammer dat
dit praktische interieur nauwelijks is aangepast voor deze snelste
C2. De stoelen bieden geen extra zijdelingse steun. Ook het
stuurwiel en het dashboard zijn gelijk aan die van de andere
uitvoeringen. Ondanks het feit dat dit de duurste C2 is, zijn nog
veel knoppen op het dashboard blanco. De automatisch ontstekende
koplampen en ruitenwissers met regensensor zijn erg prettig, juist
omdat ze geen knoppen hebben. Het enig zichtbare verschil met de
andere C2's zijn de metalen pookknop en glimmende pedalen met "gaatjes".
Motor
Het belangrijkste verschil is natuurlijk dat die pedalen zijn
gekoppeld aan een 1.6 liter motor. Die is goed voor 125 pk / 143 Nm
en op papier levert dat spannende prestaties. De testauto is echter
luttele dagen oud en de kilometerstand geeft een haast maagdelijke
waarde aan. De rit naar Frankrijk begint dus rustig. De autoradio
met speciale MP3-uitbreiding (zie artikel "IceLink") zorgt
vooralsnog voor het vermaak.
Vlak bij Parijs staat op een rangeerterrein vlak langs de
snelweg een trein vol Citroën C2's. Eigenlijk een beetje
zielig: waarschijnlijk heeft de testauto een paar weken geleden een
lange treinreis gemaakt om via een groot opslagterrein in Nederland
aan te komen. Nu gaat de eerste rit retour naar dit rangeerterrein.
De C2 heeft nu echter wel de nodige kilometers gemaakt en de motor
begint merkbaar los te komen.
Parlez-vous Anglais?
Op de ringweg, of "périphérique" zoals de
Fransen het zo mooi noemen, is de gewenste afslag snel gevonden.
Maar dan begint het lastige deel: het gereserveerde hotel in Parijs
zoeken. Het braaf ingestudeerde "Excusez-moi, parlez-vous
Anglais?" helpt niets. Steevast luidt het antwoord
"Non". De Fransen spreken geen woord Engels en willen of
kunnen niet helpen.
Eenmaal aan de kant van de weg is het bovendien
een probleem om weer met de verkeersstroom mee te komen. Ook auto's
met buitenlands kenteken, kaartlezende inzittenden en een
bestuurder met onnozele blik op het gezicht worden er niet tussen
gelaten. Het is alsof de Fransen denken: "rond middernacht valt
er wel een gaatje in de onophoudelijke verkeersstroom, dan moeten
ze het nog maar eens proberen".
|
Ook het gebruik van de rechter rijstrook blijkt een slecht idee.
Iedere paar honderd meter staat er wel een driedubbel geparkeerde
auto waarvan de eigenaar zich niet druk maakt om de rest van het
verkeer. Probeer er maar weer tussen te komen. Wat de Fransen
echter zijn vergeten is dat deze Hollander hun sterkste wapen in
handen heeft: de Citroën C2 VTS. De auto is klein, makkelijk
te overzien, wendbaar en vooral heel erg snel.
Na een half uur komt
alle ingehouden woede en agressie van jaren lang "heer in het
Nederlandse verkeer" naar buiten. Behendig snijdt de C2 door
het verkeer op de brede boulevards. De C2 wordt in het kleinste
gaatje tussen rijdende auto's geprikt. De C2 toetert net zo hard
als de grote boze jongens.
Op enorme verkeerspleinen boort de C2 zich in volle vaart in de
kolkende massa van auto's als van een duikplank in het diepe, om
daarna vastberaden en bij voorkeur als eerste weer boven te komen.
De wetenschap dat de remmen de auto bijna ogenblikkelijk tot
stilstand kunnen brengen, geeft daarbij een zeker gevoel. Ook voor
snel bochtenwerk leent de C2 zich graag, op de natte kasseien
af-en-toe bijgestaan door het standaard gemonteerde ESP. Alleen de
stuurbekrachtiging had iets minder prominent aanwezig mogen zijn.
Van de linker rijstrook naar dat kleine zijweggetje rechts is een
kwestie van resoluut sturen, zelfverzekerd kijken en hopen op het
beste. Hier bewijst de "urban sports car" zich als geen
ander; auto en bestuurder zijn in hun element. Dit wordt steeds
leuker! Het hotel kan nog wel even op zich laten wachten!
Na een middagje oefenen wordt zelfs een Parijse taxichauffeur
listig en behendig door de C2 VTS afgesneden. Heel toepasselijk is
dat bij de Arc de Triomphe. Het is daarbij niet de testrijder die
zo goed is, maar de testauto die het zo makkelijk maakt. Na deze
"triomph tocht" voor de C2, gaat de route uiteindelijk richting
hotel. Daar gaat parkeren op een vluchtheuvel of zebrapad nog
steeds te ver. Echter, 3 meter 67 plus enkele decimeters om te
manoeuvreren is genoeg voor de C2. Glimmend, blinkend en deukvrij
staat de Nederlandse Citroën op de "Boulevard Victor" vlakbij
de ingang van de Autosalon.
Terugweg
Op de terugweg wordt het gas voor het eerst ook op de snelweg
goed ingetrapt. Vooral dan blijkt dat de C2 VTS een heel ander
karakter heeft dan de Saxo VTS. Dit is geen nerveuze auto die de
inzittenden zelfs op hoge snelheid in de stoelen drukt. De C2 VTS
gedraagt zich meer als een snelle zakenauto. Het extra
motorvermogen wordt niet gebruikt voor agressie, maar als reserve.
De sprint van 100 naar 130 km/u wordt met groot gemak uitgevoerd.
Vanaf 150 km/u blijkt de C2 zelfs over een tweede adem te
beschikken en gaat de VTS met groot enthousiasme door naar de
beloofde 202 kilometers per uur. Op de snelweg kan de C2 VTS
genadeloos hard enorme afstanden overbruggen. Dit is een prima
alternatief voor een snelle reisauto, maar dan één
die ook praktisch is in een drukke stad.
De Belgische taalgrens is
in een recordtempo bereikt, al bij het eerste tankstation spreekt
de Vlaamse bediende Frans, Engels én Nederlands. We zijn
weer op vertrouwde bodem. Het blijven rare snuiters die Fransen,
maar ze maken fijne auto's.
Conclusie
Is de Citroën C2 VTS een waardige opvolger van de Saxo VTS?
Nee. De Saxo was en is een ware adrenalinepomp op wielen die de
bestuurder continu uitdaagt. Niet alleen is de Saxo VTS sneller dan
de meeste andere kleintjes, de Saxo biedt zelfs partij aan volbloed sportwagens.
De C2 VTS is een heel andere auto. De nieuwkomer is
ontegenzeglijk snel, maar zet die prestaties neer met de overmacht
van een snelle reisauto en niet met het venijn van een sportwagen.
Dat maakt de C2 eenvoudiger handelbaar in het dagelijks verkeer.
Het maakt de auto ook aantrekkelijk voor slimme en tegelijkertijd
veeleisende kopers in de zakelijke markt. Juist deze snelste
Citroën C2 maakte de claim "urban sports car" vooral op
eigen geboortegrond helemaal waar.
|