|
Het begon allemaal toen Suzuki Nederland midden jaren '90 voor
de grap een Cappuccino op de AutoRAI tentoonstelde. De auto was
puur bedoeld als rariteit om te tonen wat voor bizarre autootjes
Suzuki voor de thuismarkt produceert. Ondergetekende hoorde echter
tot het selecte gezelschap dat meteen viel voor deze open
sportwagen op zakformaat.
Wie daadwerkelijk een Cappuccino wilde hebben, liet weten bereid
te zijn er iedere prijs voor te betalen en dus haalde importeur
Nimag een handjevol auto's naar Nederland. Het exemplaar van
Autozine is jaren na de Nederlandse marktintroductie zelf
geïmporteerd en inclusief dergelijke doe-het-zelf imports
bedraagt het aantal Cappuccino's in Nederland nu een kleine 30.
Zilverkleurige exemplaren zijn het schaarst, daarvan zijn er
slechts zes in Nederland.
Koffiepraat
De Cappuccino is zo schaars omdat de auto nooit is bedoeld voor
de Europese markt. In Japan genieten zogenaamde "K-klasse" auto's
belastingvoordeel dankzij de geringe omvang en bijzondere techniek.
De gemiddelde Europese klant beoordeelt een auto per strekkende
meter en toen de Cappuccino in 1994 bijna 50.000 gulden moest
kosten, was het met de interesse snel gedaan. De gemiddelde koper
koos liever een gangbare cabriolet en vroeg zich af of dit
miniatuurtje van Suzuki überhaupt de openbare weg op mocht.
Daarbij is de Cappuccino altijd rechtsgestuurd en ook dat is
bezwaarlijk voor Jan Modaal. Voor de liefhebber maakt het de auto
alleen maar interessanter! Bovendien is een kleine auto als deze
bijzonder, maar nooit aanstootgevend. Wie met een Cappuccino komt
voorrijden heeft meteen aandacht en die is nooit negatief.
In de loop der tijd werd de Cappuccino aaibaar, schattig, leuk
en lief genoemd. Een gevatte kassière bij een tankstation
merkte fijntjes op: "wat heeft u een kleintje meneer". Op de
snelweg is de Cappuccino een regelrechte koppendraaier. Het is niet
uitzonderlijk dat foto- en filmcamera's uit het autoraam worden
gehangen om dit rare kleine autootje vast te leggen. Met de
boomlange redacteur achter het stuurwiel is het plaatje bovendien
nog gekker.
Spierballen
Lacht iemand de Cappuccino uit, dan kan dit kleine
racemonstertje z'n spierballen laten zien. Dit autootje heeft een
heel ander karakter dan het uiterlijk doet vermoeden. De Suzuki
Cappuccino is één van de meest agressieve, hitsige en
opdringerige auto's die de redactie ooit in handen heeft gehad.
Bij het ontwerp had Suzuki zich tot doel gesteld om binnen de
grenzen van de Japanse belastingwet een volbloed sportwagen te
bouwen. Een regel van die wet schrijft voor dat een motor niet meer
dan 660 cc mag meten en dus moest Suzuki het maximale uit een
minimale motor halen. Het turbomotortje drijft de achterwielen aan
en kent grofweg twee standen. In eerste instantie levert de
3-cilinder het geringe vermogen dat mag worden verwacht van een
dergelijk motortje.
Maar zodra de turbo eenmaal meedoet is het zaak het sportstuurtje
heel goed vast te houden en de blik te focussen op de horizon. De
Cappuccino giert het uit van de toeren, want technisch gezien ligt
er een gemodificeerde motorfietsmotor onder de kap. Volgens het
boekje gaat de vederlichte uit aluminium gebouwde "Cappo"
daarmee van 0 naar 100 km/u in 8 seconden, maar in de praktijk is
de auto heel veel sneller. Een elektronische begrenzer maakt bij
140 km/u een einde aan de pret. De motor heeft dan nog heel veel
meer in petto, maar opnieuw stelt de Japanse wetgever de grens vast.
De prestatiedrang is mede te danken aan de speciale koppeling en
versnellingsbak. De Cappuccino is voorzien van een zogenaamde
"close ratio"-versnellingsbak, wat betekent dat de verzetten
nauwelijks overlappen en dus perfect aansluiten. Na het schakelen
is direct weer het volle vermogen beschikbaar en blijft de auto
voluit accelereren. Dit in tegenstelling tot een gewone auto die na
het schakelen in toeren terugvalt en opnieuw vermogen moet opbouwen.
Het nadeel van deze techniek is dat de Cappuccino
nauwelijks rustig is te rijden. Het toerental is altijd hoog en
vooral in stadsverkeer is de "Cappo" ronduit nerveus. Het schakelen
met de linkerhand vraagt veel gewenning en blijft de meeste
aanpassing vragen nadat is gereden met een andere auto.
|
Driftkikker
De rechtse besturing went juist snel, maar blijft ook op de
lange termijn onpraktisch. Passeren op provinciale wegen is vrijwel
onmogelijk, een drive-in restaurant vraagt op z'n zachtst gezegd
enige creativiteit van de bestuurder.
Slagbomen bij parkeergarages
kunnen alleen worden bediend door uit te stappen, om te lopen, een
kaartje te trekken en snel weer terug te rennen in de hoop dat de
boom niet op het dak belandt. De brutale oplossing is simpelweg
onder de slagboom door te rijden, want de Cappuccino is behalve klein
ook heel laag.
De wegligging is al even verradelijk als het motorkarakter. De
Cappuccino heeft geen stuurbekrachtiging en laat zich dus perfect
aanvoelen. Maar wederom stelt de Japanse belastingdienst een
limiet: de auto mag maximaal 1.40 meter breed zijn. Ondanks de
bijna perfecte 50/50 verdeling van het gewicht over de voor- en
achterwielen, doet de beperkte breedte de wegligging geen goed.
Te snel een bocht insturen resulteert in onderstuur (wegglijden
over de voorwielen). Te scherp een bocht insturen zorgt voor
overstuur (uitbreken van de achterkant). Wanneer de turbo precies
in de bocht bijspringt, zet de achterzijde vrijwel zeker een stapje
opzij en heeft de bestuurder de handen vol aan dit kleine
aandoenlijke autootje.
Afhankelijk van de situatie is dat groot
feest of ronduit zorgelijk. Met de Cappuccino in de regen rijden is
eigenlijk niet te doen, een tikje te veel gas en de auto glijdt
alle kanten op. Op een droge weg is de Cappuccino
mede dankzij de achterwielaandrijving juist perfect te balanceren
en is het sportwagengevoel compleet.
Open-Dicht
Afhankelijk van het weer laat de Cappuccino zich rijden als
cabriolet, als coupé of als een tussenvorm van beide. Met
geheel geopend dak is het comfort vergelijkbaar met dat van grote
cabrio's. Een kleine auto betekent niet per definitie minder
bescherming tegen rijwind.
In plaats van geheel open kan ook met rechtopstaande achterruit
worden gereden. Dat lijkt het ultieme windscherm, maar levert in de
praktijk vooral heel veel extra turbulentie en rijgeluiden op. Iets
meer comfort wordt bereikt door het middelste dakdeel te plaatsen,
waarmee de Cappuccino een "T-Bar" configuratie heeft. Tenslotte
kunnen het linker en rechter dakdeel worden geplaatst waarmee de
auto is getransformeerd tot coupé.
Met geheel gesloten dak is het comfort redelijk, maar ook dan is
deze mini-coupé opdringerig. Zelfs wanneer kalm wordt
gereden, blijft de Cappuccino alle aandacht opeisen en wordt de
bestuurder er iedere seconde op gewezen met een bijzondere auto
onderweg te zijn. Iedere rit geeft echter zo veel plezier dat die
luxeproblemen graag op de koop toe worden genomen.
Conclusie
Menig 16-jarig jongetje droomt ervan later een Ferrari of
Lamborghini te bezitten. Maar eenmaal volwassen blijkt zo'n exoot
onhaalbaar of in het beste geval onpraktisch. Een echte
supersportwagen geeft veel zorgen. Aan het einde van iedere dag is
het de vraag of de auto nog ongeschonden op de parkeerplaats staat.
De aanschaf van een sportwagen is duur, het onderhoud wordt nog
veel duurder als de jaren gaan tellen. Dan wordt een mooie droom
uiteindelijk een nachtmerrie.
De kleine bescheiden Suzuki Cappuccino is net zo zeer een
liefhebbersauto die wordt gekoesterd en bij voorkeur alleen de
vertrouwde garage verlaat als het mooi weer is. Maar deze
bijzondere Suzuki is even betrouwbaar als alle andere Suzuki's en
kan in theorie dagelijks gebruikt worden. Het enige echte probleem
is de aanschaf, want de auto is zeer schaars en als een enkele keer
een occasion wordt aangeboden is de prijs exorbitant hoog.
Rijden met de Suzuki Cappuccino geeft minstens zo veel
voldoening als rijden met grote dure sportwagens. Dit miniatuurtje
is bijzonder snel en dankzij de vrijheid van cabriorijden is de
belevenis compleet. De Suzuki Cappuccino is letterlijk en
figuurlijk een heel sterk bakkie.
|