Citroen BX
Citroen BX GTi bestaat 40 jaar
Met de introductie van de BX GTi in juli 1986, verving Citroën zowel de BX 19 GT als de BX Sport. Daarbij stond één doel centraal: de sportieve kwaliteiten van de BX Sport combineren met meer comfort, passend bij een echte gezinsberline. Onder leiding van ontwerper Carl Olsen, die ook verantwoordelijk was voor de AX en de CX Série 2, kreeg de BX een vernieuwde uitstraling. De facelift bracht bredere voor- en achterschermen, verder doorlopende bumpers in carrosseriekleur en witte richtingaanwijzers die voortaan waren geïntegreerd naast de koplampen. Ook werd de complete carrosserie verzinkt om corrosie te voorkomen.
Met een lengte van 4,24 meter beschikte de BX GTi over een direct herkenbaar silhouet. De achterspoiler, de van de BX Sport overgenomen mistlampen, de specifieke wielen en de speciale banden benadrukten zijn sportieve karakter. Bescheiden GTi-logo's op de achterspatborden en achterklep maakten duidelijk dat dit model tot de sportiefste uitvoeringen van het BX-gamma behoorde.
Onder de motorkap lag een 1,9-liter viercilinder benzinemotor met acht kleppen en elektronische brandstofinspuiting. Deze leverde 125 pk en een koppel van 175 Nm bij 4.500 t/min. Daarmee bood de BX GTi een topsnelheid van bijna 200 km/u en een acceleratie van 0 naar 1 kilometer in 30,5 seconden. Voor die tijd waren dat indrukwekkende cijfers. Die prestaties waren mede te danken aan zijn uitgekiende constructie. Met een rijklaar gewicht van 1.025 kg kwam de vermogen-gewichtsverhouding uit op 8,2 kg per pk. Dat niveau was vergelijkbaar met dat van veel sportwagens en gunstiger dan dat van diverse concurrenten.
Hydropneumatische vering
Trouw aan het erfgoed van het merk beschikt de BX GTi over de iconische hydropneumatische vering. Voor deze uitvoering werd de afstelling sportiever gemaakt dan bij de andere versies in het BX-gamma. Vier schijfremmen, stuurbekrachtiging en optioneel ABS maakten het karakter compleet. De techniek absorbeerde oneffenheden in het wegdek effectief en zorgde tegelijkertijd voor een dynamische wegligging, ook bij hoge snelheden.
Het interieur was voor die tijd rijk uitgerust. De BX GTi beschikte standaard over in hoogte verstelbare veloursstoelen, een elektrisch verstelbare rechterbuitenspiegel, centrale vergrendeling, een specifiek instrumentenpaneel met zes meters, een waarschuwingslampje voor niet goed gesloten portieren en voorbereiding voor een autoradio. Daarnaast bood Citroën diverse opties, waaronder lederen bekleding, een elektrisch schuifdak, een boordcomputer, lichtmetalen velgen, airconditioning en een Hi-Fi-pakket. Daarmee ontwikkelde de BX GTi zich tot de ideale auto voor jonge professionals die sportieve prestaties wilden combineren met comfort en gebruiksgemak.
Modeljaar 1988
Een belangrijk keerpunt volgde voor modeljaar 1988, met de introductie van de BX GTi 16V. Deze uitvoering werd aangedreven door de volledig nieuwe 1.905 cm3 grote XU9J4-motor, goed voor 160 pk bij 6.500 t/min. De topsnelheid bedroeg 218 km/u en de sprint van 0 naar 100 km/u nam 7,9 seconden in beslag. Bovendien was ABS standaard. Daarmee werd de BX GTi 16V de eerste Franse productieauto met een meerklepsmotor die op grote schaal werd gebouwd.
Ook uiterlijk onderscheidde de 16V zich duidelijk van de reguliere GTi. Bumpers in carrosseriekleur met zwarte sierlijsten, sideskirts en lichtmetalen velgen met sportbanden van Michelin gaven de auto een nog sportievere uitstraling. Daarnaast werd de wielophanging aangepast om beter aan te sluiten bij de hogere prestaties van deze uitvoering. In het interieur voerde zwart de boventoon, met stoelen die meer steun boden en een driespaaks sportstuur.
In 1989 werd het gamma uitgebreid met een nieuwe uitvoering van de achtkleps GTi: de BX GTi 4x4. De permanente vierwielaandrijving bestond uit een tussenbak aan de voorzijde en een sperdifferentieel op de achteras, waarbij de aandrijfkracht in een verhouding van 53/47 procent over voor- en achteras werd verdeeld. Met een elektrische bediening kon het middendifferentieel worden vergrendeld, zodat de auto zich ook uit de lastigste situaties wist te bevrijden.
De ontwikkeling van de GTi-versies ging in de jaren daarna onverminderd door. Vanaf 1990 werden alle uitvoeringen aangepast voor loodvrije premiumbenzine. Het vermogen daalde daardoor licht, van 125 naar 123 pk. In juli 1991 werden de lichtmetalen velgen en het sportstuur van de 16V-versie standaard. Ook stuurbekrachtiging werd voortaan standaard op alle uitvoeringen, net als verbeterde geluidsisolatie.
Een jaar later, in juli 1992, werden airconditioning, zwarte interieurbekleding en een brandstoftank van 66 liter standaard voor het volledige BX-gamma. In juli 1993 kwam vervolgens een einde aan het verhaal van de BX GTi. Met de grootschalige invoering van de katalysator verdween het model uit de prijslijsten.