|
De Austin Seven uit deze reportage vonden we in het in de buurt van Den Bosch
gelegen gemoedelijke dorpje Haarsteeg alwaar Wilfred Mather in een schuur
achter zijn huis een fraaie collectie klassieke automobielen heeft verzameld.
Naast een verzameling Engelse klassiekers (een Ford Prefect, een MG-TD, een MGB
en een Morris Minor) treffen we een paar hele forse Amerikanen aan. Wat dacht u
van een heuse Graham-Paige en een imposante Chevrolet uit de jaren '30? Afijn,
bijzondere auto's genoeg om hier nog eens terug te komen.
Vooroorlogs verkoopsucces
De Austin Seven was Herbert Austin's 'masterpiece' en werd Engeland's meest
populaire vooroorlogse auto, zeker als het gaat om verkoopaantallen. Van de
Austin Seven zouden er tussen 1922 en 1939 maar liefst 290.924 geproduceerd
worden. En dan rekenen we de buitenlandse 'klonen' nog niet eens mee, want ook
de BMW Dixi en de eerste Datsun waren volledig gebaseerd op de Seven. Daarnaast
werd de kleine Austin in licentie gebouwd in Frankrijk door Rosengart, in
Australië door Holden en in Amerika door Bantam.
Van de Seven werden
bijzonder veel uiteenlopende modellen gemaakt, van sedans tot open tourers,
maar ook werden er militaire uitvoeringen en bestelwagens op de markt gebracht.
En dat van een auto, die bij introductie met de nodige scepsis was
begroet.
Zelfs geschikt om mee te racen!
Die scepsis was snel weg toen Austin met de Seven ging racen, want ook daar
bleken deze wonderlijke autootjes meer dan geschikt voor te zijn. Zo verscheen
er een Austin Seven team aan de start in Monza, waarbij de Seven voorzien was
van een prachtige staartvin.
Na een race van 250 kilometer kwam de Seven als winnaar over de finish en werd
daarmee de eerste Britse auto sinds 1914 die een race op het Continent winnend
afsloot.
Maar het begon voor de Seven allemaal met de beroemde Shelsley Walsh Hill Climb
in augustus 1922, slechts een paar maanden nadat de Seven het tekenbord
verlaten had. Al snel daarna vestigde Gordon England met een speciale versie
van de Seven een uurrecord in 750-cc klasse. Hij bereikte met een speciaal
geprepareerde Seven maar liefst een snelheid van 73 mijl per uur en dat in
1923! England zou later, met toestemming van de Austin Motor Company, op basis
van de Seven een aantal goedkope kleine sportwagens bouwen, die gretig aftrek
vonden bij het grote publiek. Deze 'Brooklands' en 'Cup' modellen bereikten
door hun lage gewicht een snelheid van meer dan 70 mijl per uur en werden door
privé-racers in diverse takken van autosport ingezet.
Geen berg te hoog
Behalve voor de autosport werden Austin Sevens nog wel voor meer bijzondere
automobiele bezigheden gebruikt. Dat de Sevens succesvol waren in
heuvelklimwedstrijden is genoegzaam bekend, maar dat er ook een soort
'endurance hill climbs' mee werden gereden is misschien minder bekend. In 1928
werden zowel in Groot-Brittannië als in Zuid-Afrika aansprekende bergen
beklommen.
Eerst moest de Schotse Ben Nevis, met 1.344 meter de hoogste berg in
het land, er aan geloven. Een Seven reed in 7 uur en 23 minuten de berg op en
deed de afdaling in slechts 1 uur en 35 minuten. Ene meneer Jones uit het
Zuid-Afrikaanse wilde daarbij niet achterblijven en reed in 10 uur en 3
kwartier de bijna 1.100 meter hoge Tafelberg op, waarbij hij gebruik maakte van
wegen die nog niet eerder door een auto begaan waren.
In bijna 75 jaar slechts 5 eigenaren
Terug nu naar de Seven Ruby van Wilfred Mather. De Ruby is het Seven saloon
model, dat vanaf 1934 werd geproduceerd en waarvan ook een Van-uitvoering
bestond. De Ruby uit deze reportage heeft als 'first date of registration' 4
juni 1935 en over de geschiedenis van de auto tot 1948 is eigenlijk niets
bekend. Vanaf 28 mei 1948 is het bekende originele Engelse registratieboekje
bij de auto aanwezig en minutieus bijgewerkt. De eerst bekende eigenaar is een
zekere Phylis Rose Beaton, die van 1948 tot 1952 in de Ruby heeft gereden.
|
Daarna kwam de auto weer in het bezit van een dame, ene Helen Lewis, die tot
1962 eigenaresse van de Seven was. Tot 1968, het jaar waarin Wilfred de Seven
koopt, is de auto van een oudere man geweest, die de Seven helaas niet
overleefd heeft. Zijn zoon wilde de auto toen voor 50 Pond verkopen, omdat de
auto eigenlijk behoorlijk in de weg stond; 'garage clearance' zo stond er in de
advertentie. Wilfred, die indertijd in Londen woonde, zag de advertentie, ging
erop af en had het geluk dat de auto niet wilde starten, wat zoonlief ook
probeerde. Dat maakte het afdingen een stuk eenvoudiger en uiteindelijk nam
Wilfred de auto mee voor slechts 15 Engelse Ponden.
De auto werd naar het
dichtstbijzijnde benzinestation gesleept, er werd wat benzine getankt, het
brandstoffilter werd schoongemaakt en er werd een andere accu gemonteerd,
waarna de Seven zonder problemen startte en de rit terug naar Londen op eigen
kracht volbracht. Vervolgens is de Seven nog in hetzelfde jaar rijdend naar
Nederland gekomen, waar Wilfred zich enige jaren later met zijn Nederlandse
vrouw Dilly zou vestigen.
Volledige body-off restauratie
In de ruime schuur achter de boerderij in Haarsteeg is de Austin Seven gestript
tot op het chassis en volledig gerestaureerd. De relatief lichte carrosserie
werd van het chassis getild en tot op het plaatwerk kaal gemaakt. Daarna werd
de koets met celluloselak gespoten; dat is 'iets' meer werk, maar het geeft wel
een mooiere kleur en vooral een veel diepere glans. Dankzij het originele
handboek, dat zich nog bij de auto bevond, kon de oorspronkelijke kleur
achterhaald worden. In dat boekje zat een oude kleursticker, die aangaf dat de
Seven in de kleur 'maroon' aan de eerste eigenaar was afgeleverd.
Daarna heeft
Wilfred eigenhandig de motor van de Seven gereviseerd. Toen de carrosserie en
de techniek in orde waren kwam de binnenkant van de auto aan de beurt. Voor de
bekleding wist Wilfred een adresje in Cornwall, wat vanuit Haarsteeg nou niet
direct naast de deur is. Wilfred maakte een speciale, zelfbedachte constructie
op de bumpersteunen van de Seven en sleepte de auto als een soort aanhanger
naar zo'n beetje het meest westelijke punt van Engeland. De bekleder bleek
beslist wel een vakman, want ook nu ziet de leren bekleding er nog heel fraai uit.
Sinds het afronden van de restauratie heeft Wilfred in al die jaren niet erg
veel met de Ruby gereden; mede door de aanwezigheid van al die andere
klassiekers is er slechts zo'n 2.000 mijl in ruim 40 jaar op de teller
komen te staan. Wilfred gebruikt de Ruby vooral voor korte ritjes in de
omgeving; wel is de auto nog een keer voor een rit naar Engeland gebruikt en
ook toen toonde de Austin zich volgens Wilfred 'een goeie betrouwbare auto'.
Vol met ingenieuze extra's
Wanneer Wilfred de Ruby aan het eind van ons bezoek naar buiten rijdt en we de
auto dus echt goed kunnen bekijken, valt op wat een handzame en complete auto
het eigenlijk is. De Ruby heeft een schuifdak en zowel de voorruit als de beide
achterruiten zijn uitzetbaar. Onder de motorkap bevindt zich een aparte
gereedschapbak en het hele slimme bagagerek zit op ingenieuze wijze 'verstopt'
in de kofferbak. Verder is de auto voorzien van een 'zonnescherm' voor de
achterruit, dat van achter het stuur bedienbaar is. Wij zijn tamelijk onder de
indruk, maar Wilfred omschrijft de Ruby gewoon als 'practical'.
Tenslotte kijken we nog even het instructieboekje in en vallen met name de
passages over de versnellingsbak en de kwaliteitsgarantie ons op. De Ruby heeft
4 versnellingen vooruit, waarvan de eerste niet gesynchroniseerd is, maar die
hoef je dan ook bijna niet te gebruiken: 'First gear is a low one to be used in
starting with a full load, up an incline, or manoeuvring the car in an awkward
place'. Schitterend zo'n omschrijving. En over de kwaliteit van de Ruby hoefde
je je ook geen zorgen te maken: 'workmanship and materials are all Austin
quality'. En ze hadden nog gelijk ook, getuige de staat waarin de Austin Seven
Ruby van Wilfred Mather zich nu bevindt. De eerlijkheid gebiedt echter te
zeggen dat de restauratie daar natuurlijk ook het nodige aan bijgedragen heeft
en die restauratie is, zo kunt u op bijgaande foto's zien, van hoogstaande
'Wilfred Mather quality'.
|