30 juni 2002
 

Campbell Memorial of Speed

Puinhoop doet leven

Automuseum | Wie naar een automuseum gaat, verwacht geen ontvangst in een statig landhuis vol harnassen en oud wapentuig. In dit decor vertelt stoffige oude heer met enorme bakkebaarden met een Cockney-accent over de historie van het landgoed en de familie. Geen woord over auto's. Toch herbergt landgoed "Filching Manor" in Zuid Engeland één van de meest bijzondere automusea in Europa, want na de kennismaking in het huis wordt het publiek meegevoerd naar de garages en schuren achterop het landgoed.
 

Wie niet zou weten dat hier een automuseum is gevestigd, zou zich hoogstens verbazen over de uitgebreide veiligheidsmaatregelen op de diverse houten en half betonnen gebouwtjes op het landgoed. Alleen de eerste garage is voorzien van een bord met de tekst: "The Campbell Memorial Hall of Speed". Via de krappe ingang schuifelt een klein gezelschap naar binnen om te worden getrakteerd op een geur die alleen maar van oude spullen kan komen.

In deze eerste tentoonstellingsruimte zijn de favoriete sportwagens van Lord Foulkes-Halbard te vinden. De beleefde toon van de uitleg over het huis, maakt bij de aanblik van deze auto's plaats voor enthousiasme en passie. Omdat Foulkes-Halbard de meeste auto's zelf heeft geracet (dit is hoe hij zijn fortuin heeft vergaard), kunnen alle denkbare vragen worden beantwoord. Waar nodig met een kleine demonstratie. Alle auto's worden namelijk nog steeds een aantal keer per jaar gereden om ze in topconditie te houden.

Op de vraag hoe zo'n oude auto dan wel start luidt het antwoord: "met geduld en een schietgebedje". De ruimte voor het publiek is gering en wie niet bij de spreker in de buurt kan zijn, heeft meer dan voldoende te zien. De kleine ruimte is werkelijk tot de nok toe gevuld. Tussen de auto's staan trapauto's, tussen de trapauto's staan miniaturen en de ruimte daartussen is weer gebruikt voor foto's.

De muren zijn behangen met vergeelde posters, krantenknipsels, nostalgische reclameborden en kasten vol schaalmodellen en andere auto-memorabilia. Zelfs het plafond is niet ongeroerd gelaten, want de landheer heeft ook een zwak voor vliegtuigen.

Weeshuis

Het tweede gebouwtje (zeg maar: schuur) vervult een functie als weeshuis voor bijzondere auto's. Hier zijn auto's te vinden die Lord Foulkes-Halbard simpelweg wilde redden van de ondergang of de handen van onzorgvuldige verzamelaars. De eerste ruimte mag een chaos zijn, deze tweede is zelfs nauwelijks verlicht. Bordjes met gegevens van iedere auto ontbreken en ook in afscheidingen of een echt looppad is niet altijd voorzien.

Onder het wakend oog van "Paul" (het publiek bouwt inmiddels een band op met de landheer) klautert het publiek voorzichtig over aanhangwagens en losse motoren. "De auto's zijn bewust niet gerestaureerd om ze zo origineel mogelijk te houden", zo vertelt Paul. Af-en-toe heeft "his Lordship" zin om met een bepaalde auto te rijden en die wordt dan startklaar gemaakt en daarmee tegelijkertijd weer opgeknapt.

Door de verhalen en anekdotes komt ieder object in het museum tot leven voor de ogen van de bezoekers. Zo staat in de volgende ruimte een donkergroene Bedford Dormobile uit 1958 in een wederom onverlichte hoek. Zelfs als de gemiddelde bezoeker de moeite zou nemen over een aanhanger met een enorme speedboot te klimmen om dit busje te zien, dan nog is het niet meer dan een oud busje. In werkelijkheid gaat het echter om de eerste toerbus van de Beatles die de legendairsche groep destijds voor 25 Pond Sterling van de lokale melkboer heeft gekocht. De auto is nu door Paul McCartney persoonlijk aan het museum gedoneerd.

En dat is maar één verhaal, want bijna iedere auto behoorde wel toe aan een lid van een koninklijk huis, heeft een belangrijke race gewonnen of was van een beroemdheid.

Stuurloos

Het favoriete museumstuk van Foulkes-Halbard is een witte Mercedes-Benz 28 32 70 uit 1904 waarvan er welgeteld twee zijn geproduceerd (en in de daaropvolgende jaren nog 15). Paul rijdt de auto regelmatig en vertelt vol overgave hoe het is om met een dergelijke auto aan het verkeer anno 2002 deel te nemen. Toch is dit nog een relatief comfortabele auto, want Paul geeft de voorkeur aan auto's zonder stuurwiel.

Veel auto's staan er overigens niet meer op het verlanglijstje van het museum. De tijd dat Foulkes-Halbard de wereld afspeurde naar (voornamelijk) Bugatti's is reeds lang voorbij en op dit moment worden juist jaarlijks enkele honderden auto's aan het museum aangeboden. En dan gaat het alleen nog maar over auto's, want in de diverse ruimten en terreintjes zijn ook boten (gebruikt voor snelheidsrecords) en vliegtuigen te vinden.

Wanneer het publiek weer naar buiten loopt, staat in een halletje vol onderdelen een achteloos gedumpte motorfiets. Het kon echter niet uitblijven, ook dit blijkt een hoogst zeldzaam exemplaar te zijn waarvan er nog maar enkele op de wereld zijn, net als Lord Paul Foulkes-Halbard.

Conclusie

Een museum zonder gangpaden, zonder spotlights en zonder bordjes lijkt niet meer dan een chaotische privé-verzameling. Bij nader inzien is het een zeer exclusief museum dat hoogst zeldzame auto's herbergt die door de presentatie van de eigenaar zelf veel interessanter worden dan in menig ander museum. Ondanks de hopen stof komen de oude auto's in Filching Manor tot leven onder de ogen van het publiek!

> De nieuwste tests en het laatste nieuws in je mailbox
Schrijf je nu in voor de gratis Autozine-nieuwsbrief!