30 augustus 2006
 

Ford Fiesta (2002 - 2008)

Ford Fiesta viert 30e verjaardag

30 augustus 2006 | De Ford Fiesta zag voor het eerst het daglicht halverwege de jaren '70 en is sindsdien een vaste factor geworden in Europa. Hoewel de hedendaagse Fiesta op veel punten afwijkt van de oorspronkelijke Fiesta die in 1976 op de markt kwam, zijn de fundamentele basiskenmerken waarvoor de Fiesta altijd heeft gestaan, nog altijd onveranderd.

De Fiesta maakte zijn debuut in het jaar dat British Airways en Air France hun transatlantische lijndienst openden met de nieuwe supersonische Concorde. Het was ook het jaar dat Apple Computer werd opgericht. Wie had zich toen kunnen voorstellen dat dertig jaar later de Concorde al met pensioen zou zijn gestuurd, Apple in elk huishouden terug was te vinden en een nieuwe Fiesta op de markt zou worden gebracht voor de iPod-generatie?

De verkoopcijfers laten zien dat de Fiesta bij de tijd is gebleven. De verkoopcijfers van de populaire kleine auto van Ford zijn de afgelopen vijf jaar elk jaar toegenomen. Met een aantal van 358.931 verkochte exemplaren was 2005 het beste verkoopjaar voor de Fiesta sinds 1998. In de eerste helft van 2006 zijn de verkoopcijfers net zo hard blijven groeien. Tussen januari en juni 2006 zijn 205.200 exemplaren verkocht en dat is 10 procent meer dan in de eerste helft van 2005. In de kleurrijke, dertigjarige historie van de Fiesta zijn in totaal meer dan 12 miljoen Fiesta's geleverd.

Het verhaal van de Fiesta heeft alles te maken met de rol van Ford in de gemeenschappelijke Europese markt. Het is geen toeval dat Fiesta een Spaanse naam is. Spanje is heel belangrijk geweest voor het succes van de kleine Ford en Ford heeft een belangrijke rol gespeeld om van Spanje een grote speler te maken in het Europese bedrijfsleven. Vanaf het begin van de jaren '70 was de toenmalige CEO van Ford, Henry Ford II, persoonlijk betrokken bij de ontwikkeling van de Fiesta. Meneer Ford geloofde heilig in kleine auto's en moedigde zijn bedrijf aan een nieuwe kleine auto te maken voor de wereldmarkt. Hij bemoeide zich persoonlijk met elke stap van het lange proces dat leidde tot de grootse opening van een autofabriek in Valencia, waarbij ook Juan Carlos aanwezig was, de toentertijd pas gekroonde koning van Spanje.

In 1972 werd een speciale taakgroep opgericht met teams in Europa en de Verenigde Staten om een nieuwe kleine auto te ontwikkelen met voldoende voorzieningen voor de moderne klant, een interessante prijs en een gunstige kostenbasis. Al deze inspanningen kregen de codenaam Bobcat. Het was voor iedereen duidelijk dat Meneer Ford zeer veel belang hechtte aan dit project. Project Bobcat zou verstrekkende gevolgen hebben voor de activiteiten van Ford in Europa. Er ontstond behoefte aan nieuwe fabrieken en nieuwe technologieen, zoals voorwielaandrijving. Insiders bij Ford waren destijds sceptisch over voorwielaandrijving omdat een eerdere poging om een dergelijke technologie te ontwikkelen de nodige problemen had opgeleverd.

Ford Fiesta (2002 - 2008)

Een van de uitdagingen voor Project Bobcat was de keuze van een productielocatie voor de nieuwe auto. Men liet het oog vallen op Spanje. De Spaanse markt was zo goed als gesloten voor buitenlandse fabrikanten zoals Ford. Spanje werd in economisch opzicht steeds belangrijker en stond op het punt een belangrijke rol te gaan spelen in Europa. Voor Ford waren dit commercieel interessante factoren. Project Bobcat zou belangrijke veranderingen teweeg kunnen brengen.

Naarmate Project Bobcat vorderde, begon het uiterlijk van de nieuwe kleine auto van Ford vorm te krijgen. Met elkaar concurrerende ontwerpteams in Amerika en Europa (in Dunton in Engeland, in Keulen in Duitsland en in Turijn in Italie) ontwierpen prototypen op basis van de door het projectteam vastgestelde kosten en engineeringfactoren. De uiteindelijke vorm van de Fiesta werd bepaald door de consument, dankzij een van de meest ambitieuze productclinics die ooit zijn opgezet. Consumenten uit verschillende Europese landen werden volstrekt in het geheim vervoerd naar het meer van Geneve in Zwitserland waar in een beveiligde hal de verschillende ontwerpen stonden opgesteld. Onderzoekers van Ford stelden vast welke ontwerpen het meest in de smaak vielen.

In december 1973, met de wereldwijde oliecrisis als extra drijfveer, gaf de raad van commissarissen van Ford groen licht aan Project Bobcat, zodat de ontwikkeling en productie van start konden gaan. De daaropvolgende maand daarna zou de eerste steen worden gelegd van de nieuwe fabriek in Valencia. De Fiesta kreeg zijn naam pas in 1974, toen Ford een lijst met 50 potentiele namen terugbracht tot de volgende vijf namen: Bravo, Fiesta, Amigo, Strada en Pony. Henry Ford II mocht hieruit een keuze maken. Hij sloot zich op in zijn kantoor op de twaalfde verdieping van het wereldwijde hoofdkantoor van Ford in Dearborn en begon te ijsberen terwijl hij de diverse namen hard op zei. De Fiesta was favoriet: "Ford en Fiesta gaan goed samen" zei meneer Ford.

De voordelige, compacte auto was de eerste Ford-auto met een dwars geplaatste motor en voorwielaandrijving. Consumenten waren erg enthousiast over het hatchbackontwerp, zodat de Fiesta snel marktaandeel veroverde in het segment voor de kleinere auto, waarvan ook de Renault 5 en de Volkswagen Polo deel uitmaakten. De productie ging van start in Valencia, Spanje in mei 1976.

Ford introduceerde de Ford Fiesta Mk II in september 1983. De tweede generatie van de Fiesta was sterk verbeterd. De oorspronkelijke pluspunten waren als uitgangspunt genomen en het ontwerp ontleende zijn inspiratie aan de Ford Sierra. Zo werd de vorm van de motorkap wat minder vlak en werd de auto voorzien van smalle ventilatieroosters, afgeronde hoeken en anders gevormde koplampen. Door deze elementen leek de Fiesta van de tweede generatie niet alleen sterk op de Sierra, maar werd ook de aerodynamica verbeterd. De auto had aan comfort gewonnen. Het interieur was compleet vernieuwd en uitgerust met diverse aantrekkelijke voorzieningen die in geen enkele andere auto van deze klasse waren terug te vinden.

Ford Fiesta (2002 - 2008)

Na bijna 13 productiejaren werd de oorspronkelijke Fiesta in februari 1989 vervangen door een geheel nieuwe serie van enigszins grotere driedeurs- en vijfdeursmodellen met een verbeterde aerodynamica. Voor het eerst kon een auto in deze klasse desgewenst worden voorzien van ABS als de auto was uitgerust met handmatige transmissie. De nieuwe Fiesta van de derde generatie bood ook een elektrisch verwarmde voorruit, automatische CTX-transmissie bij de 1.1 liter en 1.4 liter modellen, een nieuwe, ultrazuinige 1.8 liter dieselmotor met indirecte injectie, een nieuw stoelontwerp, extra veilige sloten voor de portieren en het stuur en in hoogte instelbare montagepunten voor de veiligheidsgordels van de voorste stoelen.

In 1996 werd een geheel nieuwe Fiesta-reeks geintroduceerd. De nieuwe versie was uitgerust met een nieuwe lichtaluminium meerklepsmotor, de Zetec SE (oorspronkelijk een 1.25 liter versie van 75pk, gevolgd door een 1.4 liter versie van 90pk). Een versie van de 1.3 liter benzinemotor van 60pk met een verminderde uitstoot kreeg de naam Endura-E en de reeks werd verder aangevuld met de Endura-D, een 1.8 liter dieselmotor van 60pk. Verder was het exterieur opgefrist, met een wat rondere vormgeving, zachte hoeken tussen de verschillende lijnen, een lage neus, diep liggende achterlichten en grote lampunits. De voorwielophanging was opnieuw ontworpen en had nu een subframe om de voorzijde van de auto te verstevigen en de aandrijving beter te isoleren. De achterzijde werd voorzien van een starre achteras met torsiemechanisme met stijvere draagarmen en een aangepaste geometrie om het rijgedrag te verbeteren en zachte veerinstellingen om het rijcomfort te vergroten.

Op de autobeurs van Frankfurt in 2001 onthulde Ford de nieuwste versie van de best verkopende kleine auto van Europa. Met de nieuwe voorkant en de hoekige koplampen was het ontwerp van de Fiesta afgestemd op dat van zijn New Edge-stalgenoten de Ka, de Puma en de Focus. Bovendien was de veiligheid verder verbeterd, met niet alleen airbags voor de bestuurder en de passagier maar ook zij-airbags. Daarnaast was de Fiesta voorzien van een elektronisch vierkanaals ABS. De auto was verder uitgerust met stuurbekrachtiging, lichtmetalen velgen, airconditioning en een centraal deurvergrendelingssysteem met afstandsbediening.

Ford wilde met de Fiesta een kleine auto maken voor de wereld, net als de Ford T aan het begin van de twintigste eeuw. In veel opzichten is dat doel bereikt. Nu de nieuwste Fiesta zo'n goede indruk maakt (met verkoopcijfers voor 2006 die tot nog toe 10 procent hoger zijn dan in 2005, waarmee dit mogelijk het beste jaar wordt in zeven jaar), lijdt het eigenlijk geen twijfel: deze auto haalt de veertig wel.